|
Zondag 22 februari 2026
om 10:00
Ochtenddienst
Voorganger(s): Ds. J. Smit, Katwijk aan Zee
Organist: Henk van Voorst
HERV. GEMEENTE AARLANDERVEEN – ZO. 22 FEBRUARI 2026 – 10.00 UUR
TWEEDE LIJDENSZONDAG
Ds. J. Smit, Katwijk aan Zee
Orgelspel – mededelingen – aanvangslied: Psalm 122 : 1 en 3 LvdK 1973
1. Hoe sprong mijn hart hoog op in mij,
toen men mij zeide: "Gord u aan
om naar des Heeren huis te gaan!
Kom ga met ons en doe als wij!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in,
u, Godsstad, mogen wij ontmoeten!
Jeruzalem, van ver aanschouwd,
wel saamgevoegd en welgebouwd,
o schone stede, die wij groeten.
3. Bidt heil toe aan dit Vredesoord:
dat die u mint bevredigd zij,
dat vrede in uw wallen zij,
gezegend zij uw muur en poort!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
om u met vrede te ontmoeten!
Om al mijn broeders binnen u,
om 's Heeren tempel wil ik u,
o stad van God, met vrede groeten.
Persoonlijk gebed – Votum en Groet – zingen: Psalm 68 : 9 LvdK 1973
9. God is de bron, de klare wel,
springader voor heel Israël,
uit Hem vloeit louter zegen.
Zijn lof ontspringt als een fontein,
zijn volk zal louter vreugde zijn,
komend van allerwege.
God, onze sterke bondgenoot,
toon ons Uw macht, Uw krachten groot;
Gij zult Uw stad gedenken.
Vorsten van verre bieden Hem
terwille van Jeruzalem
hun eerbied, hun geschenken.
Na het kinderlied 426 OTH gaan de kinderen naar de zondagsschool – thema: Intocht van Jezus in Jeruzalem (Lukas 19 : 29 - 40)
1. Alzo lief had God de wereld,
alzo lief had God de wereld,
de wereld, de wereld,
God had de wereld lief.
2. Dat Hij aan ons heeft gegeven,
dat Hij aan ons heeft gegeven,
gegeven, gegeven,
Zijn ééngeboren Zoon.
3. Opdat een ieder die gelooft,
opdat een ieder die gelooft,
een ieder, een ieder,
het eeuwig leven heeft.
Wet en hoofdsom – zingen: Gezang 449 : 1, 2 en 3 LvdK 1973
1. God enkel licht,
wiens aangezicht
zo blinkend is van luister,
ziet ons onrein,
ziet hoe wij zijn
vervallen aan het duister.
2. Der sterren pracht
is voor Hem nacht,
hoe hel zij schitt'ren mogen;
en wij, bevlekt,
met schuld bedekt,
wat zijn wij in Zijn ogen?
3. Heer, waar dan heen?
Tot U alleen!
Gij zult ons niet verstoten.
Uw eigen Zoon
heeft tot Uw troon
de weg ons weer ontsloten.
Gebed om de verlichting met de Heilige Geest
Schriftlezing: Zacharia 12 : 1 tot 13 : 2 HSV
1 De last, het woord van de HEERE over Israël. De HEERE spreekt, Die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt. 2 Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. 3 Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen. 4 Op die dag, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schichtigheid slaan en hun ruiters met krankzinnigheid. Maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openhouden en alle paarden van de volken zal Ik met blindheid slaan. 5 Dan zullen de leiders van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen voor mij een bron van kracht zijn door de HEERE van de legermachten, hun God. 6 Op die dag zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurbekken in een stapel hout en als een brandende fakkel in een graanschoof. Rechts en links zullen zij al de volken rondom verteren en Jeruzalem zal nog op zijn plaats blijven, in Jeruzalem. 7 En de HEERE zal de tenten van Juda het eerst verlossen, opdat de luister van het huis van David en de luister van de inwoners van Jeruzalem niet groter zijn dan die van Juda.
8 Op die dag zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschermen. Wie onder hen wankelt, zal op die dag als David zijn, en het huis van David zal zijn als goden, als de Engel van de HEERE voor hun ogen. 9 Op die dag zal het gebeuren dat Ik alle heidenvolken die tegen Jeruzalem oprukken, zal willen wegvagen. 10 Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene. 11 Op die dag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo. 12 Het land zal rouw bedrijven, elk geslacht afzonderlijk: het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, 13 het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simeï afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, 14 al de overige geslachten: elk geslacht afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.
1 Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid. 2 Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik uit het land de namen van de afgoden zal uitroeien, zodat aan hen niet meer gedacht zal worden. Ja, ook de profeten en de onreine geest zal Ik uit het land wegdoen.
Zingen: Psalm 51 : 3 en 5 LvdK 1973
3. Ik ben, o Heer, in ongerechtigheid
geboren en in zware schuld gebonden.
Ontvangen heeft mijn moeder mij in zonde,
zie op mij neer in Uw barmhartigheid.
Gij wilt toch dat ik rein ben binnenin,
dat ik in trouw en recht voor U zal leven.
Opdat ik waarlijk zuiver ben van zin,
hebt Gij Uw wijsheid in mijn hart gegeven.
5. Schep in mij, God, een hart dat leeft in 't licht,
geef mij een vaste geest, die diep van binnen
zonder onzekerheid U blijft beminnen,
verwerp mij niet van voor Uw aangezicht.
Ontneem mij niet Uw Heil'ge Geest, o God,
laat in Uw heil mijn hart zich nu verblijden,
en richt geheel mijn wil op Uw gebod,
dan zal ik zondaars op Uw wegen leiden.
Preek – tekst: Zacharia 13 : 1
Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.
Zingen: Lied 239 Op Toonhoogte 2015
1. Al mijn zonden, al mijn zorgen,
neem ik mee naar de rivier.
Heer, vergeef mij en genees mij.
Vader, kom, ontmoet mij hier.
2. Want dit water brengt nieuw leven
en verfrist mij elke dag.
't Is een stroom van Uw genade,
waar 'k U steeds ontmoeten mag.
refrein
Heere Jezus, neem mijn leven,
ik leg alles voor U neer.
Leid mij steeds weer naar het water;
'k wil U daar ontmoeten, Heer.
3. Kom ontvang een heel nieuw leven,
kom en stap in de rivier.
Jezus roept je, Hij verwacht je
en Hij zegt: "Ontmoet mij hier".
refrein
Leid mij steeds weer naar het water;
'k wil U daar ontmoeten, Heer.
Dankgebed en voorbeden – collecten – slotzang: Lied 250 : 1 en 2 Op Toonhoogte 2015
1. Vaste Rots van mijn behoud,
als de zonde mij benauwt,
laat mij steunen op Uw trouw,
laat mij rusten in uw schaûw,
waar het bloed door U gestort,
mij de bron des levens wordt.
2. Jezus, niet mijn eigen kracht,
niet het werk door mij volbracht,
niet het offer, dat ik breng,
niet de tranen, die ik pleng,
schoon ik ganse nachten ween,
kunnen redden, Gij alleen.
Zegen – wordt beaamd met Gezang 456 : 3 LvdK 1973
Amen, amen, amen! Dat wij niet beschamen Jezus Christus onze Heer, amen, God, Uw naam ter eer!
|