|
Zondag 1 maart 2026
om 10:00
Ochtenddienst
Voorganger(s): Ds. T. Wegman, Zeist
Organist: John de Pater
Orde van dienst zondag 1 maart 2026, 10.00 uur Aarlanderveen, Dorpsstraat 38.
Mededelingen door ouderling van dienst
Intochtslied: Psalm 97:1 en 6
1 Groot Koning is de Heer. / Volken, bewijst Hem eer,
breek uit in jubel, aarde, / nu Hij de macht aanvaardde.
De landen wijd en zijd / zijn in zijn naam verblijd.
Op recht en op gericht / heeft Hij zijn troon gesticht
in de verborgenheid.
6 Gods heil, Gods glorie staat / licht als de dageraad
reeds voor het oog te gloren / van wie Hem toebehoren.
Een vreugde van de Heer / stroomt in hun harten neer.
Gij die rechtvaardig zijt, / weest in de Heer verblijd.
Zijn naam zij lof en eer !
Stil gebed
Votum en groet
Introïtustekst
Zingen: Op Toonhoogte 115
1 Ik wil zingen van mijn Heiland,
van zijn liefde, wondergroot,
die Zichzelve gaf aan ‘t kruishout
en mij redde van de dood.
Refrein:
Zing, o zing van mijn Verlosser,
met zijn bloed kocht Hij ook mij.
Aan het kruis schonk Hij genade,
droeg mijn schuld en ik was vrij.
2 ‘k Wil het wonder gaan verhalen,
hoe Hij op Zich nam mijn straf.
Hoe in liefde en genade,
Hij ‘t rantsoen gewillig gaf.
Refrein
3 ‘k Wil mijn dierb’re Heiland prijzen,
Spreken van zijn grote kracht.
Hij kan overwinning geven
over zond’ en satans macnht
Refrein
4 Ik wil zingen van mijn Heiland,
hoe Hij smarten leed en pijn,
om mij ‘t leven weer te geven,
eeuwig eens bij Hem te zijn.
Refrein
Apostolische Geloofsbelijdenis
Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onzen Heere;
Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria;
Die geleden heeft, onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald in de hel;
Op de derde dag opgestaan van de doden;
opgevaren naar de hemel, zittende aan de rechterhand van God de almachtige Vader;
vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heiligen Geest.
Ik geloof een heilige, algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen;
vergeving der zonden;
wederopstanding van het lichaam;
en een eeuwig leven.
Zingen: Lied 182:1,2 en 6
1 Jezus, leven van ons leven,
Jezus, dood van onze dood,
Gij hebt U voor ons gegeven,
Gij neemt op U angst en nood,
Gij moet sterven aan uw lijden
om ons leven te bevrijden.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
2 Gij die alles hebt gedragen
al de haat en al de hoon,
die beschimpt wordt en geslagen,
Gij rechtvaardig, Gij Gods Zoon,
als de minste mens gebonden,
aangeklaagd om onze zonde.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
6 Dank zij U, o Heer des levens,
die de dood zijt doorgegaan,
die Uzelf ons hebt gegeven
ons in alles bijgestaan,
dank voor wat Gij hebt geleden,
in uw kruis is onze vrede.
Voor uw angst en diepe pijn
wil ik eeuwig dankbaar zijn.
Gebed om de opening van het Woord
Kindermoment:
Kinderlied: Opwekking 32
https://www.youtube.com/watch?v=N9G0FlVbC3A
Dit is de dag, (2x)
die de Heer ons geeft. (2x)
Weest daarom blij (2x)
en zingt verheugd. (2x)
Dit is de dag die de Heer ons geeft.
Weest daarom blij en zingt verheugd.
Dit is de dag, dit is de dag,
die de Heer ons geeft.
Kinderen gaan naar de Jeugdhaven. Zij nemen dan de brandende lantaarn mee die voor in de kerk staat. Het thema van de zondagsschool is: Jezus komt Jeruzalem binnen Lucas 19:29-40
Schriftlezing 1: Jesaja 53:9 t/m 5 (NBV21)
1 Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?
2 Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een scheut uit dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren.
3 Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg en door ons werd verguisd en geminacht.
4 Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.
5 Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. De straf die hij onderging bracht ons vrede, zijn striemen gaven ons genezing.
Lied 183:1
1 O hoofd vol bloed en wonden,
bedekt met smaad en hoon,
o hoofd zo wreed geschonden,
uw kroon een doornenkroon,
o hoofd eens schoon en heerlijk
en stralend als de dag,
hoe lijdt Gij nu zo deerlijk
Ik groet U vol ontzag
Schriftlezing 2: Mattheüs 16:13–17:13 (NBV21)
13 Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg Hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’
14 Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’
15 Toen vroeg Hij hun: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’
16 ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.
17 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.
18 En Ik zeg je: jij bent Petrus, en op die rots zal Ik mijn kerk bouwen; de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen.
19 Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven; alles wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en alles wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’
20 Daarop verbood Hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat Hij de messias was.
21 Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt.
22 Petrus nam Hem terzijde en begon Hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal U zeker niet gebeuren!’
23 Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, Satan, achter Mij! Je bent een valstrik voor Me. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat mensen willen.’
24 Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen.
25 Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden.
26 Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als dat ten koste gaat van zijn leven? Wat kan hij geven in ruil voor zijn leven?
27 Wanneer de Mensenzoon komt, in gezelschap van zijn engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader, dan zal Hij iedereen naar zijn daden belonen.
28 Ik verzeker jullie: sommige van de hier aanwezigen zullen de dood niet ervaren voordat ze de Mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben zien komen.’
1 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren.
2 Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.
3 Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren.
4 Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’
5 Hij was nog niet uitgesproken of een stralende wolk overdekte hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!’
6 Toen de leerlingen dit hoorden, werden ze overvallen door een hevige angst en wierpen ze zich ter aarde.
7 Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, wees niet bang.’
8 Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen.
Lied 118:5
5 Ik dank U o mijn vrede,
mijn God die met mij gaat,
voor wat Gij hebt geleden
aan bitterheid en smaad.
Geef dat ik trouw mag wezen,
want Gij zijt trouw en goed.
Ik volg U zonder vrezen
wanneer ik sterven moet.
Verkondiging n.a.v. Mattheüs 16:15: ‘Toen vroeg Hij hun: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’
Thema: ‘Wie is Jezus voor u?’
Zingen: Op Toonhoogte 124:1,2,3 en 4
1 Mijn Jezus, ik hou van U
ik noem U mijn vriend
Want U nam de straf op U
die ik had verdiend
De grote Verlosser
mijn Redder bent U
‘k heb van U gehouden
maar nooit zoveel als nu
2 Mijn Jezus, ik hou van U
want U hield van mij.
Toen U aan het kruis hing,
een wond in Uw zij.
Voor mij de genade,
een doornenkroon voor U;
‘k heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu
3 Ik zal van U houden
in leven en dood
En ik wil U prijzen
zelfs dan in mijn nood
Als ik kom te sterven
dan roep ik tot U
‘k heb van U gehouden
maar nooit zoveel als nu
4 Als ik in Uw glorie
Uw eeuwigheid kom.
Dan buig ik mij voor U
in Uw heiligdom.
Gekroond met Uw heerlijkheid
zal ‘k zingen voor U
‘k heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu
‘k heb van U gehouden
maar nooit zoveel als nu
Dankgebed – Voorbede – Stil Gebed – Onze Vader
Collecte
Slotlied (staande): Op Toonhoogte 111:1,2 en 3
1 Geprezen zij de Heer, die eeuwig leeft
Die vol ontferming ieder troost
En alle schuld vergeeft
Die heel het aards gebeuren vast in handen heeft
Refrein:
Hem zij de glorie, want Hij die overwon
Zal nooit verlaten wat Zijn hand begon
Halleluja. Geprezen zij het Lam
Dat de schuld der wereld op zich nam
2 Verdreven is de schaduw van de nacht
En wie Hem wil aanvaarden wordt eens veilig thuis gebracht
Voor Hem geldt ook dit wonder: alles is volbracht
Refrein
3 Hij doet ons dankbaar schouwen in het licht
Dat uitstraalt van het kruis, dat eens voor ons werd opgericht
En voor ons oog verrijst een heerlijk vergezicht
Refrein
Wegzending en zegen
Zingen: Lied 456:3
Amen, amen, amen!
Dat wij niet beschamen
Jezus Christus onze Heer,
Amen, God, uw naam ter eer!
|